Beleggen & Investeren

Box 3 verandert en kleine beleggers zijn het meest de pineut

· 6 min leestijd

In februari stemde de Tweede Kamer in met de Wet werkelijk rendement box 3. Daarmee lijkt het einde nabij van het omstreden forfaitaire systeem, waarbij de Belastingdienst simpelweg aanneemt dat je een vast percentage aan rendement behaalt, ongeacht wat je portefeuille werkelijk deed. Het nieuwe systeem klinkt eerlijker, en in sommige opzichten is het dat ook. Maar wie relatief weinig belegt, merkt de verandering vaak het sterkst.

Hoe box 3 in 2026 werkt

Het huidige box 3-systeem werkt met forfaits: de Belastingdienst gaat ervan uit dat je op beleggingen een rendement van 6 procent behaalt, op spaargeld 1,44 procent en op schulden 2,62 procent. Over dat fictieve rendement betaal je 36 procent belasting, ongeacht of je werkelijke rendement hoger of lager uitvalt.

Het heffingsvrij vermogen in 2026 bedraagt €59.357 per persoon (voor fiscale partners samen €118.714). Heb je €80.000 belegd, dan betaal je box 3-belasting over €20.643, het bedrag boven die grens. De Belastingdienst gaat daarna uit van 6 procent rendement over dat bedrag: €1.239 in dit voorbeeld. Belasting: €446 per jaar, los van wat je portefeuille werkelijk deed.

Of je nu kiest voor beleggen of sparen maakt hierbij veel uit. Beleggen versus sparen heeft de afgelopen jaren al een ander licht gekregen, maar ook fiscaal zijn de forfaits scheef: het spaartarief van 1,44 procent ligt beduidend lager dan de 6 procent voor beleggingen.

Wat de Tweede Kamer in februari besloot

Op 12 februari 2026 nam de Tweede Kamer de Wet werkelijk rendement box 3 aan. Het nieuwe systeem werkt fundamenteel anders: je betaalt voortaan belasting over je werkelijke rendement, dus over wat je investering of spaarrekening daadwerkelijk opleverde. Dat omvat zowel dividenden en rente als koerswinst, en ook koersverlies telt mee.

Het tarief blijft 36 procent. Het grote verschil zit in de vrijstelling: in plaats van een heffingsvrij vermogen introduceert de wet een heffingsvrij rendement van €1.800 per persoon per jaar. Dat klinkt vergelijkbaar, maar pakt voor veel kleine beleggers heel anders uit. Het wetsvoorstel ligt nu bij de Eerste Kamer, die er op 26 mei 2026 de tweede lezing van behandelde.

Kleine beleggers vallen buiten de boot

Hier zit de pijn voor kleine beleggers. Neem iemand met €50.000 aan ETF-beleggingen. Onder het huidige systeem betaalt die persoon geen cent box 3-belasting, want zijn vermogen valt ruim onder de grens van €59.357. Onder de nieuwe wet is dat anders: behaalt hij 7 procent rendement (€3.500), dan betaalt hij 36 procent over €3.500 min het heffingsvrij rendement van €1.800. Dat is €612 belasting per jaar, terwijl hij nu niets betaalt.

Voor iemand met €2 miljoen in de portefeuille is de procentuele verschuiving veel kleiner. Die betaalt nu al flink box 3, en de vrijstelling van €1.800 stelt weinig voor ten opzichte van het totale rendement. Hoe groter het vermogen, hoe kleiner de relatieve impact van de switch naar werkelijk rendement, zolang de rendementen vergelijkbaar blijven met het forfait.

Dat het effect voor mensen met een bescheiden beleggingsportefeuille het scherpst uitpakt, heeft ook te maken met de populariteit van ETF-beleggen. ETF's zijn populairder dan ooit in Nederland, en passief beleggers die consequent tussen de 7 en 10 procent per jaar aanzitten, betalen onder het nieuwe systeem structureel meer dan nu het geval is.

Als je verlies maakt, is het een ander verhaal

Hier zit een echte winst voor beleggers. Onder het huidige systeem betaal je box 3-belasting ook als je portefeuille daalde, simpelweg omdat de fiscus een forfaitair rendement aanneemt. Onder de nieuwe wet verdwijnt die oneerlijkheid: maakt je portefeuille verlies, dan betaal je geen box 3. Verlies mag je bovendien verrekenen met toekomstige rendementen.

Voor actieve beleggers die soms flink in de min duiken is dit goed nieuws. Maar voor wie rustig en langetermijn in indexfondsen belegt en daarmee consequent positief rendement behaalt, kan het beeld snel omslaan. Stabiliteit wordt in zekere zin belast.

Overigens geldt voor iedereen die crypto bezit dat de fiscale aandacht groeit. Vanaf 2026 ziet de Belastingdienst al je crypto-transacties via automatische rapportage door exchanges, en ook dat valt straks onder de werkelijk-rendementslogica van de nieuwe wet.

Of het ook echt ingaat en wanneer

De Eerste Kamer is nog kritisch. De minister van Financiën gaf aan aanpassingen te willen aanbrengen om afwijzing te voorkomen. Invoering per 1 januari 2028 is het doel, maar meerdere fiscalisten houden rekening met vertraging naar 2029 of later. De politieke wil is er, de technische uitwerking bleek weerbarstig.

Ook de tegenbewijsregeling loopt intussen door. Wie nu aantoont dat zijn werkelijke rendement lager is dan het forfait, betaalt op basis van dat lagere bedrag. De rechter dwong de Belastingdienst daar eerder al toe voor de belastingjaren 2022 en 2023. Die regeling blijft gelden totdat de nieuwe wet van kracht wordt.

Wat je nu al kunt doen om straks niet voor verrassingen te staan

Wacht niet tot 2028. Als je in box 3 zit, loont het nu al om je werkelijke rendementen bij te houden, per belastingjaar. Dat hoeft niet ingewikkeld: een spreadsheet met de beginwaarde en eindwaarde van je portefeuille plus ontvangen dividenden volstaat. Gaat de wet door, dan heb je al jaren aan data beschikbaar voor je aangifte.

Overweeg ook hoe je portefeuille eruitziet vanuit de nieuwe belastinglogica. Dividendbeleggen levert direct belastbaar inkomen op; groeibeleggen pakt mogelijk anders uit omdat koerswinst pas belast wordt op het moment van realisatie, afhankelijk van de definitieve wettekst. De keuze tussen een vermogensaanwas- en een vermogenswinstbelasting was bij het stemmen overigens nog niet volledig uitgekristalliseerd. Houd de voortgang in de Eerste Kamer de komende weken in de gaten.

R
Geschreven door Ruben Maartens Financieel analist & blogger

Ruben studeerde econometrie in Tilburg en werkte vijf jaar bij een vermogensbeheerder voordat hij besloot zijn kennis te delen via FinanceZine. Hij is geobsedeerd door spreadsheets en heeft er zelfs een genaamd 'Mijn Levensbudget' die teruggaat tot 2014. In zijn vrije tijd speelt hij schaak op competitieniveau en droomt hij van een huisje in Portugal dat hij puur met dividendinkomsten wil financieren. Ruben gelooft dat financieel bewustzijn op de basisschool zou moeten beginnen en schrijft daarom altijd in begrijpelijke taal.