De Nederlandsche Bank publiceerde deze zomer een cijfer waar zelfs doorgewinterde analisten van opkeken. Nederlandse huishoudens hadden eind juni voor 234,2 miljard euro aan beleggingen op de rekening staan, een stijging van ruim 12 procent in één kwartaal. Dat is de grootste kwartaalgroei sinds DNB in 2018 begon met meten, en de reden erachter is minstens zo opvallend als het bedrag zelf: particuliere beleggers stormden massaal af op een handvol gloednieuwe beursgangen.
Waar dit record precies vandaan komt
Van de 234,2 miljard euro zit 74,7 miljard in losse aandelen, 153,0 miljard in beleggingsfondsen en 6,4 miljard in obligaties. De stijging kwam grotendeels door hogere koersen, maar DNB wijst er expliciet op dat een deel van de instroom ook echt vers geld was, dus geld dat niet eerder belegd stond. Alleen in coronajaar 2020 groeide het vermogen van huishoudens in een kwartaal ooit sneller, met destijds 11 procent, en toen was dat vooral een herstelbeweging na de eerdere koersval. Dat 2026 dat record breekt zonder een vergelijkbare crisis of stimulans, zegt iets over hoe gretig beleggers dit jaar instappen. Waar eerdere records vooral kwamen door langzame, brede koersstijgingen op de Amerikaanse beurs, is dit keer een specifieke, kortdurende gebeurtenis de aanjager.
Iedereen wilde erbij zijn bij SpaceX, CSG en Magnum
De drijvende kracht achter de piek is niet Nvidia of Shell, maar een reeks spraakmakende beursgangen. Particuliere beleggers schreven massaal in op de beursgang van ruimtevaartbedrijf SpaceX, industrie- en defensieconglomeraat CSG en ijsmaker Magnum, de spin-off van Unilever. Drie compleet verschillende bedrijven, maar met hetzelfde effect: zodra een naam bekend genoeg is en overal in het nieuws komt, willen Nederlanders meedoen. Bij Magnum speelt bovendien mee dat het merk al decennialang in elke Nederlandse vriezer ligt, waardoor het voor veel particulieren minder als een risicovolle belegging voelt en meer als geld steken in iets vertrouwds. Dat gevoel van vertrouwdheid zegt echter niets over de waardering van het aandeel op het moment van de beursgang. Wie meer wil weten over waarom juist defensiebedrijven zo'n aantrekkingskracht hebben op particuliere beleggers, leest ook ons artikel over die trend.
Een beursgang kopen is niet hetzelfde als beleggen
Instappen bij een IPO voelt als vooraan staan in de rij, maar de cijfers uit het verleden zijn genadeloos. Facebook zakte na de beursgang in 2012 binnen enkele maanden bijna 50 procent onder de introductiekoers, ondanks alle hype vooraf. WeWork haalde de beurs uiteindelijk nooit op de manier die investeerders was beloofd en verdampte grotendeels binnen een jaar. Deliveroo opende in Londen zelfs al op de eerste handelsdag lager dan de uitgiftekoers, tot frustratie van de particuliere beleggers die er als eerste bij wilden zijn. Een bekende naam en veel media-aandacht zeggen dus niets over of een bedrijf op de lange termijn geld waard blijft. Precies dat mechanisme maakt IPO's aantrekkelijk voor de emotie en riskant voor de portemonnee: de koers op de eerste dag wordt vaak meer bepaald door enthousiasme dan door de daadwerkelijke winstgevendheid van het bedrijf.
Spreiden werkt beter dan hypes najagen
Beleggers die hun geld verdelen over honderden bedrijven tegelijk, via een breed indexfonds, lopen dat risico juist niet. Als één specifieke IPO tegenvalt, merk je dat in een gespreide portefeuille nauwelijks, terwijl je bij een geconcentreerde inzet op één nieuwe beursgang je hele rendement laat afhangen van dat ene bedrijf. Dat verklaart voor een groot deel waarom ETF's het afgelopen jaar zo hard zijn gegroeid onder Nederlandse particulieren, zoals we eerder beschreven in dit artikel over de opmars van ETF's. Wie liever kiest voor stabiele inkomsten in plaats van koerswinst, kan ook kijken naar dividendaandelen, al zitten daar eigen valkuilen aan die we uitleggen in ons artikel over dividend beleggen.
Volgens de cijfers van DNB zelf blijft trouwens ook Shell nog altijd het meest gekochte aandeel onder Nederlandse huishoudens, met Rabobank-ledencertificaten en ASML net daarachter. De hype rond nieuwe namen komt dus bovenop een basis die grotendeels hetzelfde blijft, niet in plaats daarvan. Het Financieele Dagblad bevestigt dat beeld en wijst erop dat de stijging vooral zit in bestaande posities die meer waard werden, met de nieuwe beursgangen als opvallende uitschieter erbovenop.
Dit bepaal je voordat je instapt bij de volgende hype
Voordat je meedoet aan de volgende spraakmakende beursgang, is het slim om drie dingen voor jezelf helder te hebben. Ten eerste: hoeveel procent van je totale portefeuille mag naar één los aandeel, en houd je die grens ook echt aan als het spannend wordt. Een vuistregel die veel financieel adviseurs hanteren is niet meer dan 5 procent van je vermogen in één individueel aandeel. Ten tweede: ben je bereid het bedrag voor minstens vijf jaar vast te zetten, of wil je eigenlijk alleen meedoen omdat iedereen erover praat op verjaardagen en in de groepsapp. Ten derde: heb je de jaarcijfers en de winstgevendheid van het bedrijf bekeken, of vertrouw je puur op het nieuws en de emotie van de dag. Een IPO kan een leuke aanvulling zijn op een portefeuille die al breed gespreid is, maar zodra het je hoofdstrategie wordt, loop je precies het risico dat de geschiedenis van Facebook tot WeWork al liet zien. Het record van deze zomer is leuk om te lezen, maar zegt uiteindelijk meer over de stemming onder beleggers dan over de waarde van Magnum of SpaceX op de lange termijn.