Beleggen & Investeren

Groene obligaties breken records, dit is hoe je instapt

· 6 min leestijd

De obligatiemarkt maakt dit jaar een opmerkelijke sprong. Uit onderzoek waar BNR Nieuwsradio over berichtte, blijkt dat 2026 wereldwijd uitgroeit tot een recordjaar voor de uitgifte van groene obligaties. Niet bedrijven trekken de kar, maar overheden en semipublieke organisaties zetten de grootste stappen. Voor particuliere beleggers is dat interessant nieuws, zeker nu de rente op obligaties na jaren van magere rendementen weer aantrekkelijk oogt.

Waarom 2026 zo'n bijzonder jaar is voor groene obligaties

Groene obligaties bestaan al langer, maar de omvang van de markt groeit dit jaar sneller dan analisten hadden voorzien. Overheden financieren met dit soort leningen concrete klimaatprojecten: windparken, isolatieprogramma's, spoorverbindingen en waterbeheer. Beleggers lenen geld uit aan de uitgever en krijgen daar een vaste rente voor terug, precies zoals bij een gewone obligatie. Het verschil zit in het label: de opbrengst moet aantoonbaar naar duurzame doelen gaan.

Wat deze groei extra opvallend maakt, is dat het niet het bedrijfsleven is dat de markt aanjaagt. Terwijl overheden en instellingen als de Europese Investeringsbank hun uitgiftes opschroeven, blijven veel ondernemingen juist terughoudend.

Bedrijven blijven opvallend afzijdig

Dat laatste is misschien wel het meest opmerkelijke deel van het verhaal. Ondanks de recordgroei van de markt als geheel, tonen bedrijven zelf weinig haast om groene obligaties uit te geven. Dat kan meerdere redenen hebben: de rapportageverplichtingen rond de bestemming van het geld zijn strenger dan bij een reguliere lening, en de rentevoordelen die groene obligaties vroeger boden zijn grotendeels verdwenen nu iedere belegger om hoger rendement vraagt. Voor wie liever breed spreidt via ETFs is dat een teken dat je bij duurzaam beleggen in vastrentende waarden vooral bij overheidsuitgiftes moet zijn, niet bij bedrijfsobligaties.

Hoge rente maakt obligaties nu extra interessant

Er speelt nog iets mee. De lange rentes staan dit jaar op het hoogste niveau in jaren, wat betekent dat de coupon op nieuw uitgegeven obligaties, groen of niet, aanzienlijk hoger ligt dan pakweg vijf jaar geleden. Waar een obligatie destijds nauwelijks opwoog tegen inflatie, kun je nu op staatsobligaties en obligaties van triple-A-instellingen rendementen vinden die dichter bij die van voorzichtige aandelenfondsen liggen. Voor wie tot nu toe alles op dividendaandelen zette, is dit een goed moment om de vastrentende kant van de portefeuille eens te herbekijken.

Tegelijk waarschuwen marktkenners voor de keerzijde: een wereldwijde verkoopgolf op de obligatiemarkt zette deze zomer al druk op koersen. Hogere rente betekent immers dat oudere obligaties met een lagere coupon minder waard worden. Wie nu instapt, koopt op een niveau waar dat effect grotendeels al is verwerkt, maar het risico van verdere rentestijgingen blijft bestaan.

Zo koop je als particulier een groene obligatie

De meeste Nederlandse brokers, van DEGIRO tot Saxo, bieden toegang tot obligaties op de beurs. Zoek in het aanbod naar de term "green bond" of "duurzame obligatie" en let op drie dingen:

  • De uitgevende partij: overheidsobligaties van landen als Nederland, Duitsland of Frankrijk zijn het veiligst, bedrijfsobligaties leveren meer rendement maar ook meer risico op.
  • De looptijd: hoe langer de looptijd, hoe gevoeliger de koers voor renteveranderingen.
  • De minimale coupure: sommige obligaties zijn pas vanaf 100.000 euro verhandelbaar, andere al vanaf 1.000 euro.

Wie niet zelf individuele obligaties wil uitzoeken, kan ook kiezen voor een obligatie-ETF met een duurzaamheidsfilter. Dat spreidt het risico automatisch over tientallen uitgiftes en scheelt je het gepuzzel met individuele coupures. Een nadeel is wel dat je bij een ETF geen vaste einddatum hebt zoals bij een losse obligatie: de koers van het fonds beweegt continu mee met de rente, terwijl een individuele obligatie op de eindvervaldatum gewoon tegen de nominale waarde wordt terugbetaald.

Let op deze risico's voordat je instapt

Groen betekent niet automatisch veilig. Het Europese Groene Obligatiestandaard van de Europese Commissie moet greenwashing tegengaan door strengere eisen te stellen aan de rapportage over waar het geld naartoe gaat, maar niet elke uitgifte valt onder die standaard. Check dus altijd of een obligatie een externe review heeft, bijvoorbeeld van Sustainalytics of ISS ESG, voordat je aanneemt dat het label klopt.

Daarnaast blijft het gewone obligatierisico gelden: renterisico, kredietrisico van de uitgever en, bij bedrijfsobligaties, het risico dat de onderneming in de problemen komt. De Autoriteit Financiële Markten wijst er terecht op dat je bij elke belegging niet alleen naar het verwachte rendement moet kijken, maar ook naar wat er misgaat in een slecht scenario. En vergeet de fiscale kant niet: rente op obligaties valt net als aandelenwinst onder box 3, en de regels daarvoor zijn dit jaar juist veranderd.

Wat dit betekent voor jouw portefeuille

Je hoeft je hele strategie niet om te gooien voor een obligatiemarkt die records breekt. Maar als je de afgelopen jaren alleen naar aandelen en ETFs keek omdat obligaties simpelweg te weinig opleverden, is dat argument dit jaar een stuk minder sterk. Een klein deel van je portefeuille in staatsobligaties of een duurzame obligatie-ETF zetten, geeft je vaste inkomsten en een tegenwicht tegen de schommelingen van de aandelenmarkt, en met het groene label kun je dat rendement ook nog koppelen aan een concreet project. Kijk eerst naar je eigen risicoprofiel en looptijdwensen voordat je een specifieke obligatie kiest, en laat het duurzaamheidslabel nooit het enige argument zijn.

R
Geschreven door Ruben Maartens Financieel analist & blogger

Ruben studeerde econometrie in Tilburg en werkte vijf jaar bij een vermogensbeheerder voordat hij besloot zijn kennis te delen via FinanceZine. Hij is geobsedeerd door spreadsheets en heeft er zelfs een genaamd 'Mijn Levensbudget' die teruggaat tot 2014. In zijn vrije tijd speelt hij schaak op competitieniveau en droomt hij van een huisje in Portugal dat hij puur met dividendinkomsten wil financieren. Ruben gelooft dat financieel bewustzijn op de basisschool zou moeten beginnen en schrijft daarom altijd in begrijpelijke taal.